Kennisbank

Wet verbetering Poortwachter: verplichtingen van de werkgever

Zodra een medewerker langer ziek is, komt er naast de menselijke kant ook een wettelijk traject op u af. De Wet verbetering Poortwachter bepaalt wat u wanneer moet doen — en UWV toetst achteraf of dat genoeg was. Hieronder leest u rustig wat er van u wordt verwacht.

Het korte antwoord

De Wet verbetering Poortwachter verplicht werkgevers om bij ziekte van een werknemer actief aan re-integratie te werken, gedurende in de regel twee jaar loondoorbetaling. De kern: tijdig een probleemanalyse via de bedrijfsarts en een plan van aanpak, regelmatige evaluaties, waar nodig een 2e spoor traject, en een compleet re-integratieverslag bij de WIA-aanvraag. Schiet de inspanning tekort, dan kan UWV de loondoorbetaling met maximaal een jaar verlengen: de loonsanctie.

Bron: Wet verbetering Poortwachter, UWV

Hoe dat zit

Samen verantwoordelijk, u aan zet

Wordt een medewerker ziek, dan betaalt u het loon in de regel maximaal twee jaar door. De Wet verbetering Poortwachter koppelt daar een opdracht aan: werkgever en werknemer werken in die periode sámen aan re-integratie. Het doel van de wet is eenvoudig — voorkomen dat mensen onnodig lang thuiszitten en in een uitkering belanden.

Samen verantwoordelijk dus, maar de regie ligt bij u. U schakelt de bedrijfsarts in, u stelt met uw medewerker het plan van aanpak op, u bewaakt de voortgang en u legt vast wat er gebeurt. Uw medewerker is verplicht om mee te werken, maar bij de eindtoets kijkt UWV vooral naar wat ú heeft gedaan.

Dat klinkt zwaarder dan het in de praktijk hoeft te zijn. Wie de vaste momenten kent en het dossier bijhoudt, voldoet aan het grootste deel van de verplichtingen. Die momenten staan hieronder.

De termijnen

Vijf vaste momenten in twee ziektejaren

De wet hangt aan weeknummers. Dit zijn de momenten die UWV in het dossier verwacht terug te zien.

  • Week 6: probleemanalyse

    De bedrijfsarts beschrijft uiterlijk in week 6 wat er speelt en welke mogelijkheden uw medewerker heeft: de probleemanalyse. Dit document is de basis voor alles wat volgt.

  • Week 8: plan van aanpak

    Uiterlijk in week 8 maakt u samen met uw medewerker een plan van aanpak: wat is het doel, welke stappen horen daarbij en wie doet wat. Verandert de situatie, dan stelt u het plan bij.

  • Week 42: melding bij UWV

    In de 42e ziekteweek meldt u uw zieke medewerker aan bij UWV. Een administratieve stap, maar wel een verplichte — en het startsein voor UWV om mee te gaan kijken.

  • Week 52: eerstejaarsevaluatie

    Aan het einde van het eerste ziektejaar evalueert u samen: wat heeft het jaar gebracht, en is terugkeer in de eigen organisatie nog realistisch? Zo niet, dan moet het 2e spoor vanaf hier in gang worden gezet.

  • Week 91: WIA-aanvraag

    In week 91 vraagt uw medewerker de WIA-uitkering aan, met het re-integratieverslag als onderbouwing. UWV toetst dan of werkgever en werknemer samen genoeg hebben gedaan.

Het risico

De loonsanctie: een jaar extra loon doorbetalen

Bij de WIA-aanvraag beoordeelt UWV het re-integratieverslag: het dossier waarin de stappen van twee jaar staan. Vindt UWV dat u te weinig heeft gedaan — een 2e spoor dat te laat is gestart, evaluaties die ontbreken, keuzes die nergens zijn onderbouwd — dan kan de loondoorbetaling met maximaal een jaar worden verlengd. Dat is de loonsanctie.

Het goede nieuws: een loonsanctie is vrijwel altijd te voorkomen. Niet met dikke rapporten, wel met een dossier dat klopt. Een actueel plan van aanpak, evaluaties op de vaste momenten en een tijdig gestart 2e spoor traject met een dienstverlener die zorgvuldig rapporteert.

Twijfelt u tussentijds of u genoeg doet? Dan kunt u bij UWV een deskundigenoordeel aanvragen: een tussentijdse toets die laat zien of u op koers ligt. En hoe een 2e spoor traject er in de praktijk uitziet, leest u op de pagina re-integratie 2e spoor.

Voor werknemers

Ook jij hebt een rol — en rechten

Lees je dit als werknemer, dan geldt de wet net zo goed voor jou. Je werkt mee aan het plan van aanpak, je gaat naar de afspraken met de bedrijfsarts en je zet redelijke stappen richting werk. Dat is geen formaliteit: meewerken beschermt ook jouw positie richting de WIA-beoordeling.

Daar staan rechten tegenover. Je hebt inzage in de rapportages die over je worden geschreven, je houdt inspraak in het plan, en ben je het oneens met de gang van zaken, dan kun je zelf bij UWV een deskundigenoordeel aanvragen.

Speelt er bij jou een 2e spoor traject, of komt dat eraan? In het artikel wat is re-integratie 2e spoor lees je rustig hoe zo’n traject werkt en wat het je kan brengen.

In de praktijk

Zo blijft het werkbaar

De meeste werkgevers doen dit erbij, naast alles wat al op het bord ligt. Uitbesteden mag gelukkig: een arbodienst voor de verzuimbegeleiding, een casemanager voor de bewaking van de termijnen, een coach voor het 2e spoor. De eindverantwoordelijkheid blijft alleen wél bij u — kies dus partijen die hun rapportages op orde hebben.

Dat is precies waar ik in mijn eigen trajecten op stuur: elke zes weken een voortgangsrapportage en aan het eind een eindverslag dat aan de Poortwachter-eisen voldoet, zodat uw dossier de UWV-toets kan dragen. En net zo belangrijk: een medewerker die zich gezien voelt, in een periode die toch al zwaar genoeg is.

Hoe een samenwerking eruitziet, van aanvraag tot eindverslag, leest u op de pagina voor opdrachtgevers. Liever direct even overleggen over een casus? Bel gerust, of laat uw gegevens achter via het contactformulier.

Veelgestelde vragen

Korte antwoorden op veelgestelde vragen

Geldt de Wet verbetering Poortwachter ook voor kleine werkgevers?
Ja. De wet maakt geen onderscheid naar bedrijfsgrootte: ook met twee of drie medewerkers gelden dezelfde termijnen en verplichtingen, inclusief het risico op een loonsanctie. Juist voor kleine werkgevers komt dat hard aan, omdat er zelden een eigen HR-afdeling is die de termijnen bewaakt. Een goede arbodienst of casemanager is dan geen luxe maar een vangnet. En voor het 2e spoor kunt u een externe coach inschakelen — de verplichting blijft, de uitvoering hoeft u niet alleen te doen.
Wat is een deskundigenoordeel en wanneer vraagt u dat aan?
Een deskundigenoordeel is een tussentijdse toets door UWV: een onafhankelijk oordeel over de vraag of de re-integratie-inspanningen tot dan toe voldoende zijn, of over een concreet geschilpunt — bijvoorbeeld of aangeboden werk passend is. Zowel werkgever als werknemer kan het aanvragen. Het is vooral zinvol wanneer het traject vastloopt, of wanneer u twijfelt of u op koers ligt richting de WIA-toets. Het oordeel is niet bindend, maar weegt in de praktijk zwaar — ook in uw dossier.
Wat als uw medewerker niet meewerkt aan de re-integratie?
Ook de werknemer heeft wettelijke verplichtingen: meewerken aan het plan van aanpak, gehoor geven aan oproepen van de bedrijfsarts en redelijke stappen richting werk zetten. Gebeurt dat niet, dan wordt van u verwacht dat u uw medewerker daarop aanspreekt en dat schriftelijk vastlegt. In het uiterste geval zijn er loonmaatregelen mogelijk, maar dat luistert juridisch nauw — laat u daarbij adviseren. Vaak zit er achter niet meewerken overigens iets anders: angst, overbelasting of onduidelijkheid. Een goed gesprek lost meer op dan een formele brief.
Kunt u de re-integratie volledig uitbesteden?
De uitvoering wel, de verantwoordelijkheid niet. U kunt een arbodienst, casemanager of re-integratiecoach inschakelen voor vrijwel elke stap, van verzuimbegeleiding tot het volledige 2e spoor traject. UWV blijft u als werkgever echter aanspreken op het resultaat: een compleet dossier met tijdig gezette stappen. Kies daarom dienstverleners die zorgvuldig rapporteren en u actief op de hoogte houden, zodat u kunt bijsturen zolang dat nog kan. Vraag daar vooraf gewoon naar: hoe ziet de rapportage eruit, en hoe vaak verschijnt die.

Even sparren over een lopend dossier?

Gratis telefonisch kennismaken. U vertelt waar het dossier staat, ik denk mee over de volgende stap — ook als het traject al loopt. Werknemers zijn net zo welkom om te bellen.