Plan van aanpak bij re-integratie

De bedrijfsarts heeft de probleemanalyse geleverd en nu moet er een plan van aanpak komen. Het is verleidelijk om het formulier in te vullen en daarna niet meer te openen. Blijft het plan staan zoals het was, dan laat het twee jaar later niet zien wat er is gebeurd. Hieronder lees je wat erin hoort, wie het ondertekent en hoe je het bijstelt. Ook lees je waarom het als bewijsstuk in het re-integratieverslag meegaat naar UWV.

Door Nella Vegter, 25 jaar HR, voormalig Hoofd HR ·

Het korte antwoord

Het plan van aanpak is de schriftelijke afspraak tussen werkgever en werknemer over de re-integratie. Je maakt het binnen twee weken na de probleemanalyse van de bedrijfsarts. Erin staan het doel, de activiteiten, de termijnen, de evaluatiemomenten en de persoon die de afspraken bewaakt. Ook jullie eigen visie hoort erin, en bijstellen hoort erbij.

Bron: Regeling procesgang eerste en tweede ziektejaar, UWV

Van probleemanalyse naar plan van aanpak

Het plan van aanpak staat niet op zichzelf. Het volgt uit het oordeel van de bedrijfsarts en het gaat aan het einde van de rit mee naar UWV. Die volgorde bepaalt wanneer je begint. De andere verplichtingen rond langdurig verzuim staan in de Wet verbetering Poortwachter voor werkgevers.

Eerst

De probleemanalyse

Dreigt het verzuim lang te duren, dan vraag je de bedrijfsarts of arbodienst om een oordeel over het ziektegeval. Dat is de probleemanalyse: wat speelt er, en wat kan er nog wel. De medische gegevens gaan op een apart formulier naar je werknemer. Jij krijgt die niet.

Binnen twee weken

Het plan van aanpak

Ziet de bedrijfsarts nog mogelijkheden om terugkeer naar werk te bevorderen? Dan stel je binnen twee weken een plan van aanpak op, in overeenstemming met je werknemer. Je gebruikt daarvoor de gegevens uit de probleemanalyse. Samen invullen dus, niet toesturen ter kennisgeving.

Daarna

Vastleggen en tekenen

De regeling eist dat je het plan schriftelijk vastlegt. Over handtekeningen zegt de wet niets. Het UWV-modelformulier sluit wel af met een blok waarin jij en je werknemer allebei naam, datum en handtekening zetten. Blijft het plan te lang uit, dan vraagt datzelfde formulier naar de reden.

Wat er in het plan hoort te staan

Het doel, de activiteiten en de termijnen. De regeling vraagt om drie dingen tegelijk. Je legt vast welke activiteiten jullie ondernemen om de terugkeer naar werk te bevorderen. Daarbij horen het doel en de termijn waarbinnen dat naar verwachting lukt. UWV noemt als voorbeelden van afspraken: aanpassingen van het werk, aanpassingen van de werkplek, het volgen van een therapie, een cursus of opleiding en loopbaanbegeleiding.

Jullie eigen visie daarop. Dit onderdeel oogt als een formaliteit, maar de regeling eist het. Naast de afspraken moet er dus in staan hoe jij en je werknemer daarnaar kijken. Ondernemersplein vraagt je op te schrijven wat je van de re-integratie vindt en wat je ervan verwacht. Twee regels waarin je opschrijft dat je het oneens bent, zijn nuttiger dan een leeg vak.

De momenten waarop je evalueert. Het plan bevat afspraken over wanneer jullie de activiteiten tegen het licht houden. Eén moment ligt wettelijk vast: de eerstejaarsevaluatie, na een jaar ziekte. Ook daar hoort de visie van jou en je werknemer bij.

Wie de afspraken bewaakt. Samen met je werknemer wijs je iemand aan die de afgesproken activiteiten begeleidt. Die persoon verzorgt ook het contact tussen werknemer, werkgever en bedrijfsarts. Die rol heet bij UWV de casemanager. Loopt iets niet volgens afspraak, dan kunnen jullie daar allebei terecht. Welke functie erbij hoort, laat de wet open.

En wat er niet in hoort. Geen diagnose. De Autoriteit Persoonsgegevens is duidelijk: wat je werknemer mankeert, mag je als werkgever niet vastleggen of delen. Ook niet als je werknemer het uit zichzelf vertelt. Wat iemand medisch mankeert, beoordeelt de bedrijfsarts of arbodienst. In het plan staan dus afspraken en beperkingen in termen van werk, nooit een ziektebeeld.

Jij en je werknemer zijn samen verantwoordelijk voor de re-integratie. Jullie kunnen daarbij hulp vragen van de arbodienst of van een re-integratiebureau. Wordt begeleiding naar werk buiten het bedrijf de volgende stap, dan hoort een 2e spoor traject als activiteit in het plan. Het modelformulier zelf staat op uwv.nl.

Wat er misgaat na het invullen

Het plan blijft staan zoals het was. Bijstellen is geen nette gewoonte, maar een verplichting. De regeling bepaalt dat je het plan bijstelt zodra de evaluatie of het advies van de bedrijfsarts daar aanleiding toe geeft. UWV zegt het in de Werkwijzer Poortwachter zonder omhaal: het plan van aanpak is geen statisch document. Blijkt het na evaluatie niet haalbaar, dan stel je het bij.

Diezelfde Werkwijzer noemt voorbeelden van situaties waarin dat nodig is. De werkhervatting loopt achter op het gestelde doel, de belastbaarheid verandert, er is geen helder doel gesteld, de hervatting is niet stabiel, of de medische behandeling stagneert. UWV past de Werkwijzer niet meer aan, maar schrijft erbij dat je hem nog kunt gebruiken. Lees hem dus als uitleg van hoe UWV kijkt, niet als wettekst. Een bijstelling volgt daarna dezelfde route als het plan zelf.

Het 2e spoor komt er niet in terug. De lijst met inhoudseisen noemt het 2e spoor nergens. Toch is het plan de plek waar die keuze zichtbaar wordt, of waar je ziet dat hij ontbreekt. Bij de eerstejaarsevaluatie kijk je samen met je werknemer vooruit. Is nog niet duidelijk hoe je werknemer binnen het bedrijf weer aan het werk gaat? Dan moeten jullie volgens UWV intensief naar andere mogelijkheden zoeken. Die liggen misschien binnen het bedrijf, of jullie zoeken samen naar werk buiten het bedrijf. Lukt het binnen het bedrijf niet, dan ga je zoeken bij een ander bedrijf. Volgens Ondernemersplein begin je daar op zijn laatst een jaar nadat je werknemer ziek is geworden mee.

Die stap hoort dan in het bijgestelde plan te staan, met een doel en een termijn erbij. Wanneer het 2e spoor wel en niet nodig is, lees je in wanneer is het 2e spoor niet verplicht.

Wat dat kost bij de toets van UWV. Een losse goedkeuring van het plan van aanpak kent de wet niet. Wat UWV wel doet, staat in de Wet WIA: beoordelen of werkgever en werknemer in redelijkheid hebben kunnen komen tot de re-integratie-inspanningen die zijn verricht. Dat is de toets van het re-integratieverslag, kortweg de RIV-toets. Het plan met de bijstellingen is daarbij het bewijsstuk. UWV noemt als documenten van dat verslag onder meer de probleemanalyse, het plan van aanpak, de (eerstejaars)evaluatie, het actueel oordeel van de bedrijfsarts en de eindevaluatie. Het formulier Medische informatie hoort er ook bij. Dat stuurt je werknemer zelf op.

Je stelt dat verslag uiterlijk 13 weken voor het einde van de wachttijd op, in overleg met je werknemer. Je werknemer krijgt er een afschrift van. Die wachttijd telt 104 weken. Je werknemer vraagt de uitkering uiterlijk elf weken voor het einde ervan aan. UWV noemt daarvoor uiterlijk de 93e verzuimweek, en het complete verslag gaat dan tegelijk mee.

Kom je de verplichtingen rond het plan van aanpak zonder deugdelijke grond niet na, dan verlengt UWV de loondoorbetaling. Wat er verder meeweegt, staat in een loonsanctie voorkomen bij het 2e spoor.

Twijfel blijft liggen tot het te laat is. Zit de re-integratie vast, dan kun je bij UWV laten toetsen of jullie allebei genoeg doen. Bij die aanvraag stuur je het plan van aanpak met de aanpassingen mee. Staat de bijstelling er al in, dan hoef je niets te reconstrueren. Hoe zo’n aanvraag verder werkt, lees je in een deskundigenoordeel aanvragen.

Korte antwoorden op veelgestelde vragen

Wat als het plan van aanpak te laat is opgesteld?
Dan moet je kunnen uitleggen waarom. De Regeling procesgang staat toe dat werkgever en werknemer gemotiveerd van de termijnen afwijken. Het UWV-modelformulier vraagt er ook naar: is het plan meer dan twee weken na de probleemanalyse opgesteld, geef dan de reden. Schrijf die reden op het moment zelf op en niet achteraf. Soms is er helemaal geen plan gemaakt, omdat de werknemer geen mogelijkheden had om te werken. Dan volstaan volgens UWV de probleemanalyse en het actueel oordeel van de bedrijfsarts. De Werkwijzer Poortwachter noemt daarbij ook de medische informatie.
Krijg ik als werknemer een kopie van het plan van aanpak?
Ja. Je werkgever legt het plan schriftelijk vast en geeft meteen een kopie aan jou. Dezelfde kopie gaat naar de persoon die de afspraken begeleidt en naar de bedrijfsarts of arbodienst. Dat geldt ook voor elke bijstelling. Bewaar die stukken. Van het ingevulde evaluatieformulier krijg je eveneens een kopie, en je werkgever geeft je kopieën van alle documenten van het re-integratieverslag. Jij bent er als werknemer verantwoordelijk voor dat UWV dat verslag compleet ontvangt. Een eigen map scheelt op dat moment veel zoekwerk.
Wat als werkgever en werknemer het oneens zijn over het plan van aanpak?
Leg het meningsverschil vast in plaats van het weg te schrijven. Een afwijkende mening hoort in het plan zelf en niet in een losse mail ernaast. De werknemer is wel verplicht mee te werken aan het opstellen van het plan. In het re-integratieverslag komt daarbovenop verplicht het oordeel van de werknemer over alle opgenomen stukken. Blijft het verschil staan, dan is een deskundigenoordeel van UWV de route. Gaat het niet over de aanpak maar over je rechtspositie, bel dan het Juridisch Loket of een jurist.
Hoe vaak moet het plan van aanpak worden geëvalueerd?
Een frequentie noemt de wettekst niet. Die vraagt om periodieke evaluatie, zonder er een termijn aan te hangen. UWV en Ondernemersplein noemen allebei hetzelfde ritme: minimaal één voortgangsgesprek per zes weken. Ondernemersplein zet erbij dat je van elk gesprek een verslag maakt. Arboportaal noemt zes weken als voorbeeld. Leg het ritme dat je kiest in het plan vast en houd je eraan. Wijk je er later van af, schrijf dan op waarom.

Bronnen

Wet- en regelgeving verandert. Staat er iets dat niet meer klopt? Laat het me weten, dan pas ik het aan.

Meer over dit onderwerp

Alle artikelen over re-integratie 2e spoor

Nella Vegter

Geschreven door Nella Vegter

Coach voor re-integratie 2e spoor, outplacement en loopbaancoaching in Amsterdam en omgeving. Daarvoor 25 jaar HR, waarvan de laatste jaren als Hoofd HR in het hoger onderwijs. Ik ken dus allebei de kanten van de tafel.

Meer over mijRe-integratie 2e spoor

Moet het 2e spoor in het plan komen?

Gratis telefonisch kennismaken. Vertel me wat er in het plan van aanpak staat. Ik vertel wat een traject in deze fase oplevert en hoe ik erover rapporteer. Daarna beslis je zelf.